Wat is forensische radiologie?

De forensische radiologie in Nederland is begonnen in Rotterdam met een samenwerking tussen het Openbaar Ministerie, de politie, het ErasmusMC (EMC) en FARR. Onder leiding van toenmalig Officier van Justitie mr. M. Van Eykelen is in 2007 het Nader Onderzoek Onbegrepen Dood (NOOD) ontwikkeld. Dit onderzoek werd in 2008 afgesloten.

Uit de NOOD heeft het EMC de Minimal Invasisve Authopsy ontwikkeld en het MUMC in Maastricht forensische radiologie. Het Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC) heeft radiologische technieken ontwikkeld waarmee als het ware een ‘virtuele sectie’ kan worden uitgevoerd.

Inmiddels is deze techniek uitgerold over het hele land.

 

Wanneer forensische radiologie?

Bij de inzet van forensische radiologie zijn twee situaties te onderscheiden:

  1. Er is sprake van een misdrijf
    Dit betreft de zaken waarin meteen duidelijk is dat je met een misdrijf te maken hebt (schieten, steken, zwaar letsel door slaan), maar ook de iets minder evidente zaken, zoals verwurging. Met forensische radiologie kan relevante informatie worden verkregen, bv. de locatie van een kogel, schotbanen of steekkanalen, maar ook de aanwezigheid van hele kleine breuken (denk aan verwurging). Ook niet-natuurlijke concentraties van lucht in het lichaam kunnen via dit radiologisch onderzoek worden aangetoond. Bij sectie zal door opening van het lichaam de lucht ontsnappen en dus niet worden waargenomen.
    De resultaten van de scan worden door een forensisch radioloog beoordeeld die er een verslag van maakt. Dit verslag gaat mee naar de sectie en kan door de patholoog worden betrokken in de rapportage.
  2. De grijze-gebied-zaken
    Dit zijn de zaken waarbij de FARR op basis van zijn (eerste) bevindingen nog niet kan zeggen of sprake is van een natuurlijke of een onnatuurlijke dood. In deze zaken heeft de FARR meer informatie nodig, vooral hoe de binnenzijde van het lichaam eruit ziet. Nu kan dat alleen d.m.v. een sectie. Door de inzet van forensische radiologie ontstaat de mogelijkheid het lichaam aan de binnenzijde te bekijken zonder meteen een sectie te doen. De scan kan dan voldoende informatie opleveren voor de FARR om een beslissing te maken in de aard van overlijden. Als dat niet geval is, kan er (in overleg met het OM) alsnog tot een sectie worden besloten.
    Bijvoorbeeld: man overleden in woning, geen duidelijke doodsoorzaak, wel aanwijzingen dat er spullen uit de woning verdwenen zijn => scan; blijkt dat sprake is van een hersenbloeding => natuurlijk overlijden, geen sectie nodig.

 

Forensische radiologie versus gerechtelijke sectie

 “De combinatie van de bevindingen bij een gerechtelijke sectie en de bevindingen voortkomend uit postmortaal radiologisch onderzoek geven meerwaarde in de interpretatie van sectiebevindingen, de eindconclusie van de gerechtelijke sectie en de reconstructie van ‘the manner of death’. Postmortale radiologie en/of toxicologie kunnen echter de gerechtelijke sectie niet vervangen”.

Het is niet zo dat forensisch radiologisch onderzoek de gerechtelijke sectie zonder meer kan vervangen, maar het onderzoek kan wel behulpzaam zijn bij de beslissing om wel of geen sectie uit te laten voeren, bijvoorbeeld in zaken waarin de lijkschouw geen uitsluitsel kan geven over een natuurlijke, dan wel niet-natuurlijke doodsoorzaak.  Deze grijze-gebied-zaken zijn onder punt 2 toegelicht.